recent workrecent workstudies for king arthurcorpo illuminadocorpo illuminadothe sleep of reasonthe head of the teacherwhere no birds singeros and thanatosportraits of karinthe observer observeddialogue interieurbiographycontacts and linkshome
Dialogue Interieur Arti et Amicitiae, Amsterdam
In de periode 25 augustus tot en met 14 september 1989 zal Frederik Beerbaum improviseren in de Artigalerie in Amsterdam. In deze galerie kunnen kunstenaar-leden van de Maatschappij Arti et Amicitiae exposeren.
In plaats van de traditionele opening waarbij een eindresultaat wordt gepresenteerd, is hier gekozen voor een experimentele opzet.
Het is de bedoeling dat de galerie in deze periode dient als atelier. Dagelijks zal een presentatie worden gegeven van het gemaakte werk. De kunstenaar treedt met zichzelf en als dat zich voordoet met de toeschouwers in een dialoog.
“Op straffe van verarming of verstarring moet de kunstenaar steeds weer afdalen in het materiaal, dat het leven hem brengt, ermee worstelen, en in en door die worsteling zich opnieuw berijden; en deze, zich vaak in ritmische herhaling voltrekkende wisselwerking tussen subject en object blijft, zo lang zij ongestoord functioneert, zowel de enige levensvoorwaarde voor de artistieke creatie als de meest omvattende formule ervoor”.
Deze tekst uit vestdijk’s “Lier en Lancet”geeft heel precies aan wat in de Dialogue Interieur wordt beoogd: afdalen in het materiaal, de worsteling, de bevrijding, als de omstandigheden dat toelaten.
Het feit dat toeschouwers kunnen binnenlopen en commentaar kunnen geven, biedt een unieke mogelijkheid voor uitwisseling tussen maker en kijker. Aangenomen wordt dat de invloed hiervan in het eindresultaat zichtbaar wordt. Op welke wijze dit zal gebeuren, is nog onvoorspelbaar. Dit is nu precies de aard van het experiment. Voegt de spanning die het contact met de toeschouwer oproept iets toe aan het creatief proces? En wat daarvan terug te vinden in de resultaten?
Gebruik makend van krijt, inkt, verf en papier, improviserend, zoekend, onverwachte gebeurtenissen benuttend, laat de kunstenaar zich meevoeren door zijn eigen hand. Hij associeert op lijnen, kleuren, vlekken en krassen. In deze associaties kan duidelijk worden wat zich in de dialoot tussen maker en publiek afspeelde. Het is een vrij overleg, niets is uitgesloten. “Niets hoeft en alles kan”.
De verwachting is dat dagelijks zo’n twintigtal tekeningen of gouaches gemaakt zullen worden. Iedere dag is er een presentatie van het gemaakte werk. Dit zal worden gefotografeerd, zodat de toeschouwer desgewenst ook de ontwikkeling tijdens het drie weken durende experiment kan volgen. Ook zal van het gehele project een beeldverslag (dia’s en foto’s) worden vervaardigd. Deze foto’s en dia’s kunnen gebruikt worden voor latere presentaties bij galeries, Stichtingen voor Beeldende Kunst, Kunstbeurzen, en de stichting fonds voor de beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst.
Op 14 september zal de afsluiting plaatsvinden. Een keuze uit het gemaakte werk is dan te bezichtigen.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Things too disturbing to be more than hinted at – suppressed violence, quite often a pool or a splash of blood. The spectator is left to make of it what he will (its non-committal in that respect), yet clues abound – a minotaur a severed calf’s head, Samson and the pillars, mayhem in a classical landscape.
The edifice is always crumbling, an animal or a person is threatened with or facing actual destruction. But the act is not complete – not yet – not until you, the spectator, reassemble these disjecta membra. No ram has ever been so bloodily caught in its thicket than this one. “Life is an execution chamber, indifferently gilded and externally supplied with fresh victims”. The potential for death is always there, as too is the inevitable concomitant protest. One can hear the artist saying with Dylan Thomas "Do not go gentle into that good night". Yet the Killing-fields of geometry exist. All it needs in order to contemplate them is pity, which these paintings showby their very existance, the blacks are as black Turner would have liked in his "Burial at Sea", & the colours, although often from a limited palette, are attractive enough to give an appearance of joy. Ah, the seductions of violence!
N. Moore, Arundel 1990